Wat spierweefsel ons kan vertellen over de oorzaak van inclusion body myositis

Inclusion body myositis (IBM) is een spierziekte die vooral voorkomt bij mensen boven de 50 jaar. De aandoening veroorzaakt toenemende spierzwakte in onder andere de benen en handen, wat stappen, eten of andere dagelijkse handelingen steeds moeilijker maakt. IBM is complex: door de combinatie van chronische ontsteking en spierafbraak is het voor artsen en wetenschappers moeilijk om de precieze oorzaak van de ziekte te achterhalen.
Een nieuwe studie van het Instituut Born-Bunge en de Universiteit Antwerpen werpt nu licht op de onderliggende mechanismen van de ziekte.
“Met behulp van geavanceerde proteomics-technieken hebben we spierstalen van IBM-patiënten vergeleken met die van gezonde personen,” vertelt dr. Willem De Ridder. “We vonden 627 eiwitten die in opvallend grotere of kleinere hoeveelheden voorkwamen bij patiënten. Die eiwitten speelden allemaal een rol bij een van drie opvallende processen: chronische ontsteking, verstoord energiemetabolisme en een verminderde spierregeneratie. De gedetailleerde inzichten helpen ons beter te begrijpen wat er fout loopt in het spierweefsel bij IBM.”
Zo was bijvoorbeeld de verhoogde aanwezigheid van het eiwit KDM5A in regenererende spiervezels onteressant. In experimenten in het lab bleek namelijk dat het afremmen van dit eiwit zorgt voor minder opstapeling van schadelijke eiwitten in spiercellen. Die vaststelling biedt perspectieven voor mogelijke nieuwe behandelingspistes.
“De studie is het resultaat van jarenlang werk en was enkel mogelijk dankzij de toegang tot goed bewaard en klinisch gedocumenteerd spierweefsel uit de NeuroBiobank van het Instituut Born-Bunge,” zegt prof. Jonathan Baets. “Voor zover wij weten, bestaat er geen proteomics-dataset over IBM van deze omvang in de literatuur. Het toont aan hoe waardevol een goed georganiseerde biobank is voor onderzoek naar ziekten zoals IBM.”
Proficiat aan het hele onderzoeksteam van het Instituut Born-Bunge, de Universiteit Antwerpen en UZA, en aan hun internationale partners van VIB-UAntwerpen, UCLouvain, Inserm Sorbonne en UZ Gent.



