
Expertise in hersenaandoeningen

Cognitieve en neurodegeneratieve aandoeningen
-
We voeren gedetailleerde hersenonderzoeken uit bij mensen met dementie, volgens internationaal erkende richtlijnen.
-
Daarbij combineren we klassieke kleuringen met specifieke ziektemerkers die afwijkende eiwitten zichtbaar maken, zoals tau en amyloïd.
-
Elke casus wordt zorgvuldig onderzocht in meer dan twintig hersengebieden, zodat we de veranderingen nauwkeurig kunnen vastleggen.
-
De IBB-Neurobiobank bevat een steeds groter wordende collectie hersenstalen, zorgvuldig gelinkt aan een bevestigde diagnose en medische informatie.
Neurodegeneratieve bewegingsstoornissen
Parkinson ontstaat door het verlies van zenuwcellen die dopamine aanmaken in de hersenen. Hierdoor krijgen mensen klachten zoals trillen, stijfheid, trager bewegen en problemen met evenwicht. Naast deze motorische symptomen komen vaak ook niet-motorische klachten vaak voor, zoals slaapproblemen, constipatie en stemmingswisselingen.
MSA is een zeldzame hersenziekte waarbij bepaalde hersengebieden geleidelijk achteruitgaan. Er bestaan twee vormen: een die lijkt op parkinson, met symptomen als stijfheid, traagheid en trillen, en een die vooral evenwicht en coördinatie aantast. In beide vormen werkt ook het autonome zenuwstelsel minder goed, waardoor klachten ontstaan zoals lage bloeddruk of verlies controle over blaas en darmen. De diagnose gebeurt meestal met hersenscans en door vergelijkbare ziekten, zoals parkinson, uit te sluiten..
Progressieve supranucleaire paralyse, ook wel PSP genoemd, wordt gekenmerkt door de opstapeling van afwijkende tau-eiwitten in de hersenen. Deze zeldzame ziekte verstoort beweging, evenwicht en de aansturing van de ogen, waardoor mensen vaak vroeg vallen, problemen met het richten of bewegen van de ogen hebben en moeite krijgen met slikken. Omdat de klachten lijken op die van andere ziekten, wordt PSP in een vroeg stadium vaak niet herkend. Gespecialiseerd onderzoek en hersenscans zijn belangrijk voor een juiste diagnose.
Bij corticobasale degeneratie stapelt tau-eiwit zich op in hersengebieden die beweging en hogere hersenfuncties zoals taal en geheugen aansturen. Dit leidt tot stijfheid, coördinatieproblemen aan één zijde van het lichaam en soms taalstoornissen. Ook diepe hersenstructuren worden aangetast, waardoor de klachten overlappen met parkinson en andere ziektes veroorzaakt door tau-eiwitten. De diagnose is complex en vraagt om gespecialiseerde beeldvorming en expertise. Daardoor kan de ziekte pas na overlijden met zekerheid worden bevestigd.
Prionziekten
De ziekte van Creutzfeldt-Jakob is een zeldzame en ingrijpende hersenziekte die wordt veroorzaakt door abnormale prion-eiwitten die hersenweefsel beschadigen. De ziekte tast het brein snel aan, en leidt tot geheugen- en bewegingsstoornissen waardoor patiënten vaak binnen enkele maanden overlijden. Een correcte diagnose vraagt dan ook om gespecialiseerde kennis. Hoewel de ziekte uiterst zeldzaam is, heeft Creutzfeldt-Jakob een verwoestende impact op patiënten en hun families.
- Wij zijn het nationale referentiecentrum voor Creutzfeldt-Jakob en ons laboratorium maakt deel uit van het Europese CJD-surveillance netwerk (Euro-CJD).
- We voeren gespecialiseerde analyses uit op hersenvocht, en ondersteunen zo artsen en ziekenhuizen om diagnoses te stellen.
- Op basis van onze cijfers weten we dat in België ieder jaar gemiddeld 2,5 tot 3 gevallen per 10 miljoen inwoners voorkomen.
Neuromusculaire aandoeningen
IBM is een spierziekte die vaak pas na het vijftigste levensjaar merkbaar wordt. Ze zorgt ervoor dat spieren in armen, benen en handen langzaam verzwakken, waardoor stappen, traplopen of voorwerpen vastgrijpen steeds moeilijker gaat. Vaak komen er ook slikproblemen voor. IBM reageert nauwelijks op standaardbehandelingen, en om de ziekte vast te stellen is een spierbiopt nodig, waarin typische afwijkingen in de spiervezels zichtbaar zijn.
ALS is een progressieve neurologische aandoening die motorneuronen aantast, de zenuwcellen die onze spieren aansturen. De ziekte begint vaak subtiel met spierzwakte of spraakproblemen en verergert geleidelijk, tot ook ademen en slikken moeilijker wordt. Artsen stellen de ziekte vast via neurologisch onderzoek en testen van zenuw- en spieractiviteit. Genetische testen kunnen soms bijkomende bevestiging bieden.
Bij SMA sterven zenuwcellen in het ruggenmerg langzaam af, waardoor spieren steeds zwakker worden en bewegen, ademen en slikken steeds moeilijker wordt. De ziekte begint meestal in de kindertijd en er bestaan verschillende vormen. Hoewel de ziekte niet te genezen is, zorgen nieuwe therapieën en behandelingen voor een betere levenskwaliteit voor veel patiënten.
SCA zijn erfelijke hersenziekten die vooral het cerebellum, de kleine hersenen die beweging en evenwicht aansturen, aantasten.Erfelijkheidsonderzoek kan het subtype bevestigen. Mensen die lijden aan SCA krijgen daardoor last van wankel lopen, moeite met fijne handelingen en soms ook spraak- of oogproblemen. De ziekte wordt langzaam erger, maar ondersteunende zorg kan patiënten helpen hun zelfstandigheid langer te behouden.
Leukodystrofieën vormen een groep zeldzame erfelijke ziekten die de myeline aantasten, de beschermende laag rond zenuwcellen in hersenen en ruggenmerg. De eerste klachten treden meestal in de kindertijd op en variëren van problemen met lopen, praten en zien tot leer- en geheugenstoornissen. Beeldvorming en genetische testen helpen bij de diagnose.
Bij MMN valt het afweersysteem de motorische zenuwen aan. Dat leidt tot toenemende spierzwakte, meestal in armen en handen, terwijl gevoel en tastzin intact blijven. De ziekte verloopt langzaam, maar kan in tegenstelling tot veel andere aandoeningen goed behandeld worden met het toedienen van immunoglobulinen, die de afweerreactie afremmen en de spierkracht verbeteren.
AMN is een volwassen vorm van leukodystrofie die vooral mannen treft. De eerste klachten verschijnen meestal op jongvolwassen leeftijd en bestaan uit stijfheid, pijn en zwakte in de benen. Naarmate de ziekte vordert, kunnen ook blaas- en seksuele problemen optreden. Het verloop is traag maar kan leiden tot beperkingen in het dagelijks leven.
CFTD is een zeldzame spierziekte die al vanaf de geboorte zichtbaar kan zijn. Kinderen hebben vaak slappe spieren en algemene zwakte, vooral in hun romp en ledematen. De ziekte kan hun motorische ontwikkeling vertragen en problemen geven bij slikken of ademen. De diagnose wordt gesteld met een spierbiopt, en de behandeling bestaat vooral uit fysiotherapie en andere ondersteunende zorg.
Ontstekings- en demyeliniserende ziekten
MS is een chronische auto-immuunziekte waarbij het afweersysteem onterecht de myeline aanvalt, de isolerende beschermlaag rond zenuwbanen in hersenen en ruggenmerg. Hierdoor kan de werking van zenuwen op verschillende plaatsen verstoord worden. De klachten verschillen sterk van persoon tot persoon, met vaak problemen met zien, gevoelloosheid, vermoeidheid of moeite met lopen. De diagnose gebeurt meestal met een MRI-scan. Dankzij moderne behandelingen kan het aantal opstoten verminderen en de ziekte op lange termijn afgeremd worden.
CPM ontstaat meestal wanneer een ernstig tekort aan natrium in het bloed te snel wordt gecorrigeerd. Die plotse verschuiving droogt hersencellen uit, waardoor myeline, de beschermlaag rond zenuwcellen, beschadigd raakt. Als die isolatie wegvalt, raken signalen verstoord en ontstaan klachten zoals spierzwakte, verwardheid en problemen met spreken of slikken. De ziekte wordt vastgesteld met een hersenscan. Sommige mensen herstellen volledig, maar anderen houden blijvende neurologische problemen over.
Vasculaire aandoeningen
Bij cerebrovasculaire ziekten raken de bloedvaten in de hersenen beschadigd of vernauwd, waardoor de doorbloeding vermindert. Vaak is dit het gevolg van een beroerte of kleine vaatletsels. Afhankelijk van het getroffen hersengebied krijgen mensen last van geheugenproblemen, stemmingswisselingen of moeilijkheden met spreken en bewegen. Het is na alzheimer de meest voorkomende oorzaak van dementie. Hersenscans kunnen sporen van beroertes of vaatbeschadiging opsporen, maabehandelingen richten zich vooral op het verminderen van risicofactoren zoals hoge bloeddruk.


